De kleren die je het langst bijblijven, zijn zelden de meest opvallende. Geen wilde print, geen felle kleur - maar een trui waarvan je instinctief wil weten wat hij kost, een jasje dat er anders uitziet zodra er licht op valt. Dat is het effect van textuur. En in herenmode is het materiaal van een kledingstuk langzaam het meest veelzeggende detail geworden.
Wat er is veranderd in herenmode
De grote modeweken voor herfst/winter 2026 gingen opvallend weinig over graphics en prints. In plaats daarvan draaide het om materiaalgebruik. Merken als Acne Studios, Tom Ford, Jil Sander en Auralee presenteerden collecties waarin het stof zelf de aandacht trok: gewaxte katoen, geribde breisels, strak geperst poplin, leer met verschillende oppervlaktestructuren. Niet als decoratie, maar als het centrale punt van een look.
Highsnobiety omschreef de beweging als "texture as the season-spanning starring role of an outfit" - het materiaal neemt de hoofdrol over van kleur en snit. Dat is een echte verschuiving, en een die voor mannen bijzonder goed werkt. Kleur en pasvorm vereisen soms durf. Textuur niet: die voegt diepte toe zonder dat je er bewust mee bezig hoeft te zijn.
Drie soorten textuur die je kunt onderscheiden
Niet alle textuur is hetzelfde. Het helpt om drie typen te herkennen.
De eerste categorie is voelbare textuur: stoffen die je directe sensatie geven als je ze aanraakt. Gewaxte katoen met die licht matte afwerking. Kasjmier dat zacht is op een manier die synthetische stoffen nooit worden. Grof linnen dat licht prikkelend aanvoelt maar na wassen steeds soepeler wordt. Dit zijn de stukken die mensen onbewust blijven aanraken.
De tweede categorie is structuurtextuur: stof die er anders uitziet afhankelijk van het licht of de hoek. Een fijngebreide polo toont zijn weefpatroon pas als de zon erop staat. Gabardine wollen broeken hebben een subtiele diepte die goedkopere polyester nooit heeft. Geborduurde details op een katoenen overhemd die je pas van dichtbij ziet - dat soort verrassingen hoort hier ook bij.
De derde categorie is leer en andere skins: het meest directe textuurstatement dat je kunt maken. Een leren blouson, een suèden jasje, een leren riem van goede kwaliteit. Bij deze stoffen geldt meer dan ooit: koop het goed of koop het niet. Synthetisch leer oogt sneller goedkoop dan synthetische katoen.
De stoffen die nu domineren
Voor de zomermaanden zijn er drie duidelijke winnaars.
Linnen is het meest veelzijdige textuurstukvoor een man. Het kreukt, ja - maar dat is inmiddels het punt. Een linnen overhemd met lichte kreukels straalt ontspannenheid uit op een manier die glad polyester nooit doet. Kies lichtgewicht linnen voor overhemden en broeken, iets steviger geweven voor blazers. Wit, ecru, zandkleur of een gedempte blauwgroene tint: meer heb je niet nodig.
Gebreide stoffen en fijn breisel zijn de beste overgangsoptie. Een fijngebreide merino polo is lichter dan je denkt en ziet er in elk geval beter uit dan een standaard katoenen polo. Merken als Gant, Profuomo en Boss hebben goede opties in het middensegment; voor hogere kwaliteit kijk je naar Auralee of Filippa K.
Canvas en gewaxte katoen zijn de stoffen van outdoorjassen en overhemden met karakter. Een canvas overshirt in olijfgroen of legerbruin is al jaren een betrouwbaar stuk, maar trekt nu meer aandacht omdat de mode er omheen stiller is geworden. De textuur van canvas spreekt voor zichzelf als je het omringt met eenvoudige, neutrale stukken.
Wil je meer weten over hoe pasvorm en stof samenwerken? Lees ook ons artikel over relaxed tailoring, de snit-beweging die perfect aansluit bij de textuurkeuzes van nu.
Combineren zonder het te overdrijven
De hoofdregel: niet twee "drukke" stoffen in één outfit.
Een linnen blazer wil een gladder overhemd of t-shirt eronder. Ruwe, grovere textuur boven hoort bij een gladde broek beneden. Een gebreide polo ziet er het best uit op rechte, strakke jeans - geen distressed denim met scheuren en patches, want dat zijn twee keer je best doen op één plek.
Denk aan je outfit als een gesprek: één partij praat, de andere luistert. Als beide tegelijk praten, wordt het chaos. Een outfit met textuur als hoofdrol werkt het best als de rest van je kledingstukken rustig blijven.
Dit geldt ook voor kleur. Textuur en aardtinten gaan hand in hand - beige, zand, cognac, ecru, donkerbruin, terracotta. Dat is geen toeval. Dit zijn kleuren die textuur laten spreken omdat ze zelf geen aandacht opeisen. Een gewaxte canvas jas in mosgroen vertelt meer over je stijl dan een opvallende print zou doen. Voeg kleur toe via kleine stukken: een warmere sjaal, een bordeauxrode gebreide polo, schoenen met een rijkere kleurstelling.
Voor de juiste schoenkeuze die past bij een texturele look: lees ook hoe je schoenen kiest die dagelijks comfortabel zijn en tegelijk je outfit ondersteunen.
Wat dit voor de manier van kopen betekent
Textuur kopen vraagt een andere benadering dan de rest van je garderobe. Je kiest bewuster, koopt minder en besteedt meer aandacht aan hoe iets aanvoelt als je het even vasthoudt in de winkel.
Dat is geen slechte verandering. De meeste mannen die er consequent goed uitzien, dragen niet per se veel kleding - ze dragen kleding met karakter. Een goed linnen overhemd, een stevige canvas jas, een degelijke wollen trui. Drie stukken die elk afzonderlijk interessant zijn, en samen een garderobe vormen die voor jaren meegaat.
Textuur is niet ingewikkeld. Het is eerder een uitnodiging om beter te kijken naar wat je al bezit - en iets weg te doen dat er bij nader inzien glad, leeg en willekeurig uitziet. Kleding die ergens naar voelt, is kleding die iets zegt. En dat is precies waar herenmode nu naartoe beweegt.